Vaarwel democratie, hallo CETA?

2Who-needs-parliaments-copyby Felix Heilmann

In een echte democratie hebben parlementen het laatste woord over alle omvangrijke beslissingen. Dat lijkt echter niet het geval te zijn als het aankomt op handelsakkoorden: een clausule in CETA biedt ruimte om grote delen ervan – waaronder de gevreesde investeringsbescherming ISDS – van kracht te laten worden zonder voorafgaande toestemming door een parlement.

Op dit moment zijn bestuurders in heel Europa in alle stilte de implementatie van CETA via deze achterdeur aan het voorbereiden, wat het mogelijk maakt om CETA te laten ratificeren door de Europese Raad zonder tussenkomst van Europese Parlementen. Deze achterdeur werd onlangs ‘volledig democratisch’ genoemd door het Duitse ministerie van economische zaken.

Dacht je dat het niet erger kon worden? Hou je vast: één zin op pagina 228 van de overeenkomst, bepaalt dat EU-lidstaten drie jaar lang bij de rechter kunnen worden aangeklaagd als zij tegen CETA beslissen. In artikel 30.8 van de CETA-overeenkomst staat dat ISDS-claims ‘kunnen worden ingediend binnen drie jaar na de opschorting of beëindiging van de overeenkomst’.

Samengevat: besluitvormers werken momenteel hard aan een ‘voorwaardelijke implementatie’ van CETA. Dit betekent volgens de Canadese hoofdonderhandelaar Steve Verheul dat ‘waarschijnlijk 95 procent’ van kracht zal worden als 15 van de 28 EU-lidstaten toestemming geven. Hieronder vallen ook zakelijke rechtbanken, zoals Bernd Lange, voorzitter van de Commissie Internationale Handel van het Europees Parlement heeft toegegeven.
In gewone-mensentaal: zelfs als het Europees Parlement of een nationaal parlement tegen CETA beslist, zal het alsnog geïmplementeerd worden!

Zodra het akkoord voorwaardelijk is geïmplementeerd, kan de overeenkomst voor altijd van kracht blijven, zonder ooit besproken te zijn in een parlement, aangezien er geen deadline zal zijn voor ratificatie door een parlement van de volledige implementatie van het akkoord.

En het wordt nog erger: zelfs als een parlement van een EU-land zou besluiten om CETA af te wijzen, is dat geen geldige reden voor de EU om uit het verdrag te stappen, zoals het wetenschappelijk comité van de Duitse Bundestag bevestigt. Om uit het verdrag te kunnen stappen, is een stemming in de Europese Raad nodig, die niet direct kan worden beïnvloed door lokale parlementen. De democratische beslissing van uw parlement doet daarbij niet terzake.

Zelfs als we zouden aannemen dat Europese beleidsmakers zouden luisteren naar het besluit van verkozen volksvertegenwoordigers (iets wat ze zouden moeten doen in een democratie) en zouden besluiten om het verdrag niet te ratificeren, dan zouden Europese landen – dankzij het korte zinnetje op pagina 228 – nog drie jaar onderwerp van rechtzaken kunnen zijn! Een goed voorbeeld van waar dit toe zou kunnen leiden is dat Rusland in 2014 werd gedwongen om 50 miljard US$ te betalen als gevolg van een ISDS rechtzaak op grond van een verdrag dat het land slechts provisorisch had geïmplementeerd en besloot te ontbinden in 2009. Desondanks moest het land alsnog betalen als gevolg van een clausule die vergelijkbaar is met deze in CETA.

Samenvattend: als gevolg van provisorische implementatie zal een verdrag van kracht worden dat ernstige consequenties zal hebben voor onze democratie. En zelfs al zou het verdrag worden ontbonden, de schadelijke bijwerkingen blijven nog jaren bestaan.

Original image source: Wikipedia.